linkedin Telefoon   Email adres

  • Slider 1
Interessante uitspraak Hof Den Bosch

Interessante uitspraak Hof Den Bosch

Interessante uitspraak Hof Den Bosch

Op 7 november jongstleden heeft het Hof in Den Bosch een interessante uitspraak gedaan inzake de werking van bedrijfstakpensioenfondsen en de verplichte aansluiting hierbij. Deze zaak draaide erom of de ondernemer in kwestie moest aansluiten bij het BPF Vervoer of de StiPP. Uit de beide verplichtstellingen werd niet duidelijk bij welke van de twee de onderneming zich moest aanmelden doordat in de samenloopbepaling niet was vastgelegd aan welk criterium moest worden getoetst.

De rechter heeft zich in deze op het standunt gesteld dat door het hiaat in de veplichtstellingsbeschikking onduidelijk is waar de werkgever zich moet aanmelden. Dit zorgt voor strijdigheid met de rechtszekerheid en het legaliteitsbeginsel.

Tot voor kort werd voor dergelijke kwesties veelal de CAO-norm toegepast. Hiermee wordt bedoeld dat aan de bepaling van het verplichtingsbesluit een uitleg naar objectieve maatstaven moet worden gegeven. Daarbij zijn in beginsel de bewoordingen van een bepaling van doorslaggevende betekenis. Echter in onderhavig geval gaat het niet om een uitleg van iets dat staat geschreven, maar meer om het ontbreken ervan. 

Het een en ander kan mogelijk door worden getrokken naar overige werkingssfeer zaken. Het zal u niet onbekend voorkomen dat de omschrijving van de werkingssfeer van bedrijfstakpensioenfondsen veelal onduidelijk is vastgelegd, maar eveneens in veel gevallen hiaten ontbeert. De uitspraak is daardoor interessant te noemen en zal naar onze mening op den duur voor verandering zorgen. De sociale partners zijn immers nu aan zet om de omschrijving van de werkingssfeer aan te passen. 

Lees meer ...
BPF-struikelblokken

BPF-struikelblokken

BPF-Struikelblokken

Oktober was voor ons een ongelooflijk leuke maand. Op uitnodiging van de Onderlinge 's-Gravenhage gaven wij 5 workshops over BPF-struikelblokken en de 6e volgt morgenochtend in Amsterdam.

BPF staat voor Bedrijfstakpensioenfonds. Belangrijk onderdeel van de workshops waren enkele casussen waaruit bleek dat een uitglijer met een BPF al snel is gemaakt. Uit de reacties uit de zaal maakten wij op dat veel pensioenadviseurs zich hierin herkennen. Met name de casussen waaruit bleek dat een hoofdzakelijkheidscriterium niet altijd van toepassing is, maakten veel los. 


Het onderzoek of een bedrijf zich zou moeten aansluiten is, ingegeven door de complexiteit, een dankbaar onderwerp om je in te specialiseren. En dat is wat wij dan ook precies doen! In samenwerking met Nederlands Pensioenbureau uit Dordrecht bieden we in het NPB Noord-Holland de mogelijkheid om professionals zoals pensioenadviseurs, maar ook advocaten en accountants, te begeleiden in het BPF-vraagstuk. Binnen deze begeleiding doet een ieder waar hij goed in is om zodoende echte synergie te creëren. 

Struikelt u ook over het BPF? U weet nu wat u moet doen.... 

Lees meer ...
Pensioenadviesbureau Noord Holland ontwikkelt zich verder als BPF-specialist

Pensioenadviesbureau Noord Holland ontwikkelt zich verder als BPF-specialist

Pensioenadviesbureau Noord Holland ontwikkelt zich verder als BPF-specialist

Het onderzoek naar de werking van een CAO of Bedrijfstakpensioenfonds (BPF) op een onderneming blijft voor veel adviseurs een lastig onderwerp. Dit is niet heel vreemd, de materie hieromtrent is vaak complex en ondoorzichtig. Dit maakt het onderzoek naar de werking van CAO en BPF een dankbaar specialisme waar Pensioenadviesbureau Noord Holland steeds verder in groeit. 

In 2016 is begonnen met een project waarbij wij betrokken zijn bij het screenen van grofweg 8.800 dossiers. Nu ruim een jaar later zijn de meeste van deze dossiers gescreend. Voor een enkeling geldt dat zij naar alle waarschijnlijkheid over zullen moeten naar een BPF. Door onze goede netwerken zijn wij in staat de overgang zo soepel mogelijk te maken. Onder andere werken wij hierin samen met de diverse pensioenfondsbesturen.

Ons specialisme is in de markt niet onopgemerkt gebleven. In oktober geven wij voor de Onderlinge 's-Gravenhage een gastpresentatie over de struikelblokken van het BPF-onderzoek. Daarnaast staan wij in de volgende editie van Zeestraat Pro. Wij bedanken de Onderlinge 's-Gravenhage voor het ter beschikking stellen van dit podium. Heeft u een uitnodiging ontvangen van uw districtsmanager, dan raden wij u van harte aan hier op in te gaan. Naast onze presentatie is de hoofdpresentatie gewijd aan de consequenties van de aanpassingen per 1 januari 2018.

Struikelt u ook over het BPF-onderzoek? Neem dan gerust contact met ons op. 

Lees meer ...
Geen allocatiefunctie besloten in definitie uitzendovereenkomst

Geen allocatiefunctie besloten in definitie uitzendovereenkomst

Geen allocatiefunctie besloten in definitie uitzendovereenkomst

Met enige vertraging heeft de Hoge Raad op 4 november jl. arrest gewezen in een tweetal zaken die betrekking hebben op de vraag of de “allocatiefunctie” een constitutief vereiste is voor het bestaan van een uitzendovereenkomst. Een van de zaken betreft de procedure van Care 4 Care Human Resources (C4C) tegen het Pensioenfonds voor Personeelsdiensten (StiPP).

 

In artikel 7:690 BW wordt de uitzendovereenkomst gedefinieerd als een arbeidsovereenkomst waarbij de werknemer door de werkgever, in het kader van het beroep of bedrijf van de werkgever ter beschikking wordt gesteld aan een derde om krachtens een door deze aan de werkgever verstrekte opdracht arbeid te verrichten onder leiding en toezicht van de derde. Deze omschrijving beperkt zich volgens de Hoge Raad niet tot het enkel bij elkaar brengen van vraag en aanbod naar tijdelijke arbeid (ziek & piek). Een dergelijke beperking blijkt volgens de Hoge Raad ook niet uit de wetsgeschiedenis. 

 

Met dit arrest geeft de Hoge Raad niet alleen uitleg aan artikel 7:690 BW, maar ook aan artikel 7:691 BW. Deze bepalingen werden in de rechtspraak en de literatuur verschillend uitgelegd. Verder overweegt de Hoge Raad in de zaak van C4C dat voor zover de toepassing van de regels van art. 7:691 BW in ‘nieuwe’ driehoeksrelaties (zoals payrolling) zou leiden tot resultaten die zich niet laten verenigen met hetgeen de wetgever bij de regeling van de hierboven genoemde artikelen voor ogen heeft gestaan, is het in de eerste plaats aan de wetgever om hier grenzen te stellen. Echter, ook de rechter dient de regels zo uit te leggen dat strijd met de ratio van die regels wordt voorkomen, dan wel dat hij een beroep op die regels naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kan oordelen. In de onderhavige zaak is dit volgens de Hoge Raad niet aan de orde.

Bron: Nederlands Pensioenbureau

Lees meer ...
Pensioenleeftijd wordt 68 jaar

Pensioenleeftijd wordt 68 jaar

Pensioenleeftijd wordt 68 jaar

Vandaag is door het Ministerie van Financiën bekend gemaakt dat de pensioenrichtleeftijd per 1 januari 2018 zal worden verhoogd naar 68 jaar. Deze maatregel komt voort uit de wetgeving waarin is opgenomen dat de pensioen- en AOW leeftijd worden gekoppeld aan de levensverwachting. 

 

Dit betekent verder dat ook de AOW-leeftijd wordt verhoogd. Vanaf 01-01-2022 wordt de nieuwe AOW-leeftijd 67 jaar en 3 maanden. Op deze manier komt er een steeds grotere discrepantie tussen de pensioenleeftijd en de AOW-leeftijd. Werknemers die willen gaan genieten van hun pensioen zullen in toenemende mate alert moeten zijn op dit verschil. Ook voor werkgevers is dit een belangrijk punt van aandacht. Bepaalde flexibiliseringsmogelijkheden in de pensioenregeling, die tot voor kort niet de meest belangrijke onderdelen waren van de regeling, worden met deze verschillen steeds relevanter. 

 

 

Lees meer ...
Wij zijn verhuisd

Wij zijn verhuisd

Wij zijn verhuisd!

Sinds 1 oktober 2016 is ons kantoor officieel verhuisd naar de Trompet 18 H, 1601 MK te Enkhuizen. Vanaf heden bent u daar van harte welkom. Wilt u langs komen? De koffie staat klaar! Maar bel wel even van te voren: 0228 - 222 118 of 06 29 449 828

Lees meer ...
Aanpassing pensioen van DGA's

Aanpassing pensioen van DGA's

Aanpassing pensioen van DGA's
 
Enige tijd geleden berichtten wij u over een brief van Staatsecretaris Wiebes over de pensioenen van DGA's (Directeur Groot Aandeelhouder). DGA's kennen tot op heden de unieke vrijstelling om hun pensioen onder te brengen bij een pensioenfonds of verzekeraar. In plaats daarvan treedt de onderneming op als uitvoerder van de pensioenregeling. Deze mogelijkheid stopt per 1 januari 2017.
 
De afgelopen jaren is pensioen veel in het nieuws geweest en dan met name vanwege de lage dekkingsgraad van pensioenfondsen. Dit zelfde probleem komt op veel grotere schaal voor in de pensioenen van DGA's. Dit gaat echter om een veel kleinere groep dan de groeps werknemers die betrokken is bij pensioenfondsen. Daarnaast is het, kort door de bocht, een verborgen gebrek. 
 
Een te lage dekkingsgraad wordt namelijk veroorzaakt door het verschil tussen de fiscale spelregels en de daadwerkelijke commerciële tarieven. Hierdoor komt het voor dat de DGA, bij pensioneren, echtscheiding of overlijden veel te kort kapitaal heeft om het toegezegde pensioen te verwezenlijken. Hierdoor houdt de DGA in een gunstig geval maar zo'n 30% over van het pensioen dat hij ooit beoogd had.
 
Dat betekent dat vanaf 1 januari 2017 DGA's een "echt" pensioen moeten gaan opbouwen. Om het roer nu om te gooien is gunstig. De overheid heeft speciale mogelijkheden gecreëerd om van het oude pensioen af te komen. Immers kunt u wel vanaf heden een goed pensioen gaan opbouwen, als er nog veel problemen zitten in de oude regeling kan dat alsnog voor veel ellende zorgen. Denk maar eens aan de verkoop van de onderneming.
 
Weten hoe u omgaat met deze wijzigingen? Bel voor deskundig en onafhankelijk advies Pensioenadviesbureau Noord Holland: 022-22 21 18 of stuur een e-mail info@panh.nl
Lees meer ...
Brief Wiebes inzake afschaffing pensioen in eigen beheer

Brief Wiebes inzake afschaffing pensioen in eigen beheer

Brief Wiebes inzake afschaffing pensioen in eigen beheer

Eerder verschenen er al berichten dat Staatssecretaris Wiebes werkt aan het afschaffen van de mogelijkheid tot Pensioensparen in Eigen Beheer (PEB). Het PEB is alleen toegestaan werknemers die volgens artikel 1 van de Pensioen Wet (PW) Directeur Groot Aandeelhouder (DGA) zijn. Het PEB had ten tijde van de invoer hiervan diverse voordelen. Een van de belangrijkste was het liquiditeitsvoordeel. Echter met het omlaag gaan van de rentes is het verschil tussen de commerciële en fiscale waardering zodanig uit de pas gaan lopen dat veel ondernemingen in problemen zijn gekomen.


Op 1 juli 2016 heeft Staatssecretaris Wiebes aan de Tweede Kamer laten weten dat hij een definitieve keuze heeft gemaakt met betrekking tot het PEB. DGA's kunnen de verplichting straks ‘afstempelen’ naar de fiscale waarde en vervolgens kiezen voor afkoop of een spaarvariant. Tijdens het Algemeen Overleg met de Tweede Kamer d.d. op 23 maart jl. had de Staatssecretaris aangekondigd nogmaals in gesprek te gaan met de belangrijkste stakeholders om draagvlak te creëren voor het uitfaseren van het PEB. Het blijkt dat er nog altijd een breed draagvlak bestaat voor Wiebes’ voorstel. Het uitfaseren leidt volgens de Staatssecretaris tot een vereenvoudiging en verlost een meerderheid van de DGA’s op een passende wijze van de problemen met hun PEB.


Om tegemoet te komen aan wensen uit de Tweede Kamer heeft Wiebes zijn eerdere voorstel op hoofdlijnen aangepast. Zo is de termijn waarbinnen het PEB fiscaal geruisloos kan worden afgekocht, verlengd van één naar drie jaar. Dit om zoveel mogelijk directeuren-grootaandeelhouders in staat te stellen hun PEB af te kopen. Wel wordt gestimuleerd dat het uitfaseren zo spoedig als mogelijk ingaat. Er wordt een staffel voorgesteld, waarbij in 2017 een korting van 34,5% op de grondslag geldt, in 2018 een korting van 25% en in 2019 een korting van 19,5%. Ter voorkoming van anticipatie-effecten zullen de balanswaarden van ultimo 2015 in beginsel het uitgangspunt zijn voor de tegemoetkomingen ter zake van de afkoop.

De Staatssecretaris heeft aangegeven dat hij voornemens is op Prinsjesdag 2016, als onderdeel van het pakket Belastingplan 2017, een wetsvoorstel in te dienen om de afschaffing van het PEB mogelijk te maken. Het wetsvoorstel dient dan op 1 januari 2017 in werking te treden. Naar verluidt heeft de afkoopregeling een positief effect van circa € 2 miljard op de begroting voor 2017. Verscheidene ondernemersverenigingen hebben inmiddels al positief gereageerd op het voorstel

Lees meer ...
Nieuws voor de Ondernemingsraad!

Nieuws voor de Ondernemingsraad!

Wetsvoorstel bevoegdheden OR aangenomen

Op 21 juni jl. heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel “Wijziging van de Wet op de ondernemingsraden en de Pensioenwet in verband met de bevoegdheden van de ondernemingsraad inzake de arbeidsvoorwaarde pensioen”, als hamerstuk (dat wil zeggen zonder nadere behandeling)
aangenomen. Nog maar twee weken geleden was het voorstel al aangenomen door de Tweede Kamer.

Op grond van dit wetsvoorstel krijgt de ondernemingsraad (OR) een instemmingsrecht over elk voorgenomen besluit tot vaststelling, wijziging of intrekking van een regeling met betrekking tot de pensioenovereenkomst, ongeacht het soort pensioenuitvoerder. Onder een dergelijke regeling wordt in principe niet de uitvoeringsovereenkomst verstaan. Wel geldt het instemmingsrecht voor een aantal met name genoemde onderdelen uit de uitvoeringsovereenkomst.

Het gaat dan om:
- regelingen over de wijze waarop de verschuldigde premie wordt vastgesteld;
- de maatstaven voor en de voorwaarden waaronder toeslagverlening plaatsvindt; en
- de keuze voor onderbrenging bij een bepaalde pensioenuitvoerder, pensioeninstelling uit een  andere lidstaat of verzekeraar met zetel buiten Nederland als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Pensioenwet.

Mocht de OR van mening zijn dat ook andere onderdelen van de uitvoeringsovereenkomst van invloed zijn op de inhoud van de arbeidsvoorwaarde pensioen (waardoor deze onderdelen derhalve eveneens instemmingsplichtig worden), dan zal zij met de werkgever hierover overeenstemming dienen te bereiken. Worden partijen het niet eens, dan is het aan de OR om een gerechtelijke procedure te starten.

Het wetsvoorstel treedt op een nader te noemen tijdstip in werking, beoogd wordt 1 juli 2016.
Lees meer ...
Is uw pensioencontract al opgezegd?

Is uw pensioencontract al opgezegd?

Is uw pensioencontract al opgezegd?

De laatste maanden is het rumoerig in pensioenland. Er is een nieuw fenomeen op komst dat wij het Algemeen Pensioen Fonds (APF) noemen. Het APF moet onder andere een oplossing worden voor kleinere pensioenfondsen maar ook voor werkgevers waarvan de lasten van de pensioenregeling onder druk staan. 

Diverse partijen hebben inmiddels aangekondigd een vergunning te hebben aangevraagd voor het oprichten van een APF. Met oog op de komst hiervan beroeren verzekeraars zich. Een van de grotere pensioenverzekeraars heeft al aangekondigd geen pensioencontracten meer te verlengen per 01-01-2016. 

Dat betekent voor de bedrijven die een dergelijk contract hebben dat zij per die datum op zoek moeten naar een nieuwe pensioenregeling. Uiteraard is de achterliggende gedachte dat de straks pensioen-loze ondernemingen een aanbieding krijgen van het nieuw op te richten APF. Maar pas op! De pensioenregelingen van een APF verschillen wezenlijk van de pensioenregelingen van de bestaande uitvoerders. Een overstap kunt u daarom als werkgever niet maken zonder de expliciete instemming van uw werknemers. 

Het risico bestaat dat, wanneer u deze instemming niet verkrijgt, benadeelde werknemers met succes nakoming kunnen vorderen van de oude regeling. Indien de werknemer in het gelijk wordt gesteld wordt u geconfronteerd met juridische kosten, kosten voor compensatie en een mogelijke boete van de Belastingdienst. Dit laatste omdat u in feite pensioen in eigen beheer hebt gevoerd.  

Gaan uw werknemers voor alsnog niet over tot vordering, dan kan deze wijziging u toch nog in de problemen brengen. Het zorgt namelijk voor het moeilijk verkoopbaar maken van uw onderneming. Bij een juist uitgevoerd due dilligence onderzoek zou een dergelijk risico boven tafel moeten komen. Gezien de zeer materiële gevolgen van bovenstaande zal de overnemende partij een garantie vragen of zelfs afzien van overname. 

Pensioenadviesbureau Noord Holland is gespecialiseerd in het begeleiden van wijzigingstrajecten, risico assessment en communicatie richting deelnemers. Dus wacht u tot u dé brief heeft ontvangen, of onderneemt u alvast stappen? U kunt ons bereiken op het telefoonnummer 0228 - 22 21 18.
Lees meer ...
Wetsvoorstel verbeterde premieregeling aangenomen door Eerste Kamer

Wetsvoorstel verbeterde premieregeling aangenomen door Eerste Kamer

Wetsvoorstel verbeterde premieregeling aangenomen door Eerste Kamer
 
De Eerste Kamer heeft dinsdag 14 juni jl. ingestemd met de Wet verbeterde premieregeling (EK 34.255). De Wet verbeterde premieregeling wijzigt de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling en de Wet loonbelasting 1964 en strekt tot een verbetering van het als te beperkend ervaren wettelijk kader voor premie- en kapitaalovereenkomsten. 
 
Op grond van deze wet kan het in de premieregeling opgebouwde pensioenkapitaal in de uitkeringsfase (deels) risicodragend worden belegd. Doorbeleggen zou naar verwachting moeten leiden tot een hoger pensioenresultaat en maakt het pensioen minder afhankelijk van de rentestand op de pensioeningangsdatum.

De Eerste Kamer nam wel nog een motie aan die het kabinet vraagt onderzoek te doen naar variabele uitkeringen voor deelnemers met een vrijwillige pensioenregeling. Deze groep kan geen variabele uitkering aankopen bij hun pensioenfonds als de werkgever niet voldoet aan één van de voorwaarden van artikel 120 Pensioenwet (zoals bijvoorbeeld een werkgeversbijdrage van tenminste 10%) De indieners van de motie vinden dit onwenselijk, omdat het deelnemers in de praktijk zou dwingen naar een verzekeraar te stappen voor een pensioenuitkering. Daar dit voorstel echter raakt aan de taakafbakening tussen pensioenfondsen en verzekeraars, vindt staatssecretaris Klijnsma van SZW dat eerst onderzoek nodig is. Dit onderzoek zou volgens haar zo spoedig als mogelijk van start moeten gaan.

Verder heeft de Eerste Kamer zich toch uitgesproken voor een ruimere spreidingsperiode voor het opvangen van schokken in de variabele uitkering (van vijf naar tien jaar). Staatssecretaris Klijnsma neemt dit mee in de verzamelwet. De Wet verbeterde premieregeling treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip (dat bovendien voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld). Ondanks de instemming door de Eerste Kamer wijzen voor- en tegenstemmers op de complexiteit van deze wet en de onderliggende lagere regelgeving.
 
Lees meer ...
Iedereen een eigen pensioenregeling?

Iedereen een eigen pensioenregeling?

Iedereen een eigen pensioenregeling?
Wel als het aan D66 ligt. Volgens de partij moeten mensen zelf een pensioenfonds kunnen kiezen. "Door meer marktwerking en meer gestandaardiseerde producten wordt het systeem inzichtelijker, goedkoper en praktischer voor flexwerkers en zzp'ers.
 
De keuze voor vrije pensioenfondskeuze op deelnemersniveau is het meest opvallende element in het tienpuntenplan dat D66 gisteren presenteerde. Daarin kiest de partij voor de individuele premieregeling met collectieve risicodeling, en voegt daar keuzevrijheid aan toe. 
 
In het voorstel wordt de pensioenregeling op zich nog wel door cao-partners vastgesteld. Deelnemers mogen vervolgens zelf kiezen waar ze die onderbrengen. Het resultaat is volgens D66 meer standaardisatie van de regelingen evenals meer consolidatie. Dat alles zou pensioen inzichtelijker en goedkoper maken. Het zou ook druk leggen op aanbieders voor betere communicatie. Toezichthouders en regulering moeten voor een gezonde markt voor pensioenfondsen zorgen".
(Bron: Financieel Dagblad Pensioen Pro)
 
Pensioenadviesbureau Noord Holland is groot voorstander van marktwerking. Naar onze mening moeten cao-partijen een niveau vast stellen en de werkgever laten bepalen waar de pensioenregeling vervolgens onder te brengen. 
 
Het volledig individualiseren van de pensioenopbouw laat veel ruimte over voor keuzemogelijkheden, maar daardoor ook het risico op wildgroei aan soorten regelingen. Dit komt doorgaans de kosten niet ten goede. Bovendien zullen veel werknemers slecht is staat zijn weloverwogen keuzes te maken. Hierdoor wordt men gedwongen individueel advies in te winnen, hetgeen niet voor iedereen betaalbaar is. Gevolg is mogelijk dat men geen advies inwint en mogelijk de verkeerde keuzes maakt. 
 
Als groot voordeel van het voorstel van D66 geeft zij aan dat de pensioenregeling eenvoudig kan worden meegenomen naar de nieuwe werkgever. Dit is in de huidige systematiek al mogelijk maar wordt onnodig lastig gemaakt door wet- en regelgeving hieromtrent. Het vereenvoudigen (of zelfs afschaffen) van de wet- en regelgeving hieromtrent zou op dit punt al een grote stap voorwaarts zijn.
 
Nederland heeft een van de beste pensioenstelsels ter wereld en het zou naar onze mening een verkeerde beslissing zijn om aan de fundamenten van dit stelsel afbreuk te doen. 
Lees meer ...
Ondernemer, u loopt risico!

Ondernemer, u loopt risico!

Ondernemer, u loopt risico!
Beste ondernemer, u loopt een pensioenrisico! Zelfs als u helemaal geen pensioenregeling heeft. Dit komt onder ander door de zogenaamde bedrijfstakpensioenfondsen, ook wel aangeduid met BPF. Een ander belangrijk risico is het verschil tussen hetgeen u uw werknemers heeft beloofd en heeft verzekerd. 
 
Bedrijfstakpensioenfondsen (BPF).
Normaal gesproken komt een overeenkomst tussen twee partijen tot stand door vraag en aanbod. Dit is bij een BPF niet zo, hier komt de overeenkomst met u van rechtswege tot stand. Dat kan dus betekenen dat u een overeenkomst heeft zonder dat u het weet. 
 
Wanneer komt een overeenkomst met een BPF tot stand?
Dit is op het moment dat u activiteiten uitvoert die staan omschreven in de verplichtstellingsbeschikking van het BPF. Dus niet door een bepaalde SBI of sectorcode te voeren. Dit zijn voor een BPF indicaties om u te vinden, meer niet. De overeenkomst met een pensioenfonds komt tot stand ook al heeft u een eigen pensioenregeling. Vanaf het moment tot stand komen dient u premie te betalen. 
 
Welk risico loopt u?
U loopt het risico dat u met terugwerkende kracht premies moet betalen. De termijn waarmee dit kan is in ieder geval 5 jaar, maar kan in sommige gevallen tot 20 jaar terug gaan. Daarnaast kan schade op u worden verhaald wat betekend dat u de contante waarde van een pensioenuitkering dient te betalen. De contante waarde van bijvoorbeeld een nabestaandenpensioen van een jonge weduwe bedraagt al snel zo’n € 450.000,-
 
Verschil tussen verzekering en toezegging
Wanneer u met uw werknemer een pensioenregeling overeenkomt dan maakt u daarover afspraken in de arbeidsovereenkomst. Idealiter is dit schriftelijk vast gelegd, soms helaas niet. Een bepaling in een arbeidsovereenkomst mag u niet zondermeer wijzigen, u heeft hiervoor altijd toestemming voor nodig van de werknemers of een zwaarwichtige reden. Dit geldt dus ook voor pensioen.
 
De afgelopen jaren zijn veel pensioenregelingen gewijzigd.
Deze wijzigingen zijn doorgevoerd doordat de overheid de fiscale begrenzingen heeft aangepast. Een fiscale wetswijziging is volgens de geldende jurisprudentie nooit een zwaarwichtige reden. Heeft u de pensioenregeling zonder instemming van de werknemer aangepast dan kan hij of zij met succes nakoming vorderen van de oude afspraken. 
 
Instemming wel verkregen, maar niet voldoende informatie.
Wanneer u instemming verkrijgt moet u nog wel kunnen aantonen dat de werknemer de beslissing heeft gemaakt op basis van álle feiten. Dit luistert nogal nauw. Een uiteenzetting van
Lees meer ...
Conclusie AG inzake allocatiefunctie

Conclusie AG inzake allocatiefunctie

Conclusie AG inzake allocatiefunctie
 
In de diverse rechtszaken inzake de uitleg van de verplichtstellingsbeschikking van het Pensioenfonds voor Personeelsdiensten  (StiPP) is tot op heden door rechters verschillend geoordeeld over het al dan niet vereist zijn van een zogenaamde allocatiefunctie. Met dit laatste wordt dan bedoeld of de betreffende onderneming vraag en aanbod van tijdelijke aard bij elkaar brengt. In de verplichtstelling wordt voor het begrip uitzendovereenkomst verwezen naar artikel 7:690 BW, waarin niet letterlijk de eis wordt gesteld dat er sprake moet zijn van een allocatiefunctie (wil de onderneming kwalificeren als uitzendonderneming). Hof Amsterdam heeft bij twee gelegenheden geoordeeld dat een allocatie-functie niet is vereist en dat een onderneming derhalve ook zonder dat zij een allocatiefunctie vervuld onder de verplichtstelling van Stipp kan vallen (zie ECLI:NL:GHAMS:2014:4547 en ECLI:NL:GHAMS:2014:4616). Hof Arnhem - Leeuwarden heeft echter in een andere zaak het tegenovergestelde geoordeeld: zonder allocatiefunctie geen verplichte aansluiting bij StiPP (zie ECLI:NL:GHARL:2015:670). 
 
In de inmiddels bekende zaak van Care 4 Care (C4C) versus StiPP is door de onderneming telkenmale betoogd dat zij geen allocatiefunctie vervult en derhalve niet onder de verplichtstelling van StiPP valt. Deze zaak ligt voor bij de Hoge Raad waar inmiddels een conclusie is geproduceerd door de Advocaat-Generaal (AG). Na een uitgebreide analyse van de wetsgeschiedenis, rechtspraak en vakliteratuur op dit punt concludeert de AG dat er ter zake van het begrip allocatiefunctie twee varianten kunnen worden onderscheiden. In ruime zin houdt de allocatiefunctie niet meer in dan het ter beschikking stellen van werknemers aan opdrachtgevers. In de traditionele (striktere) zin houdt de allocatiefunctie in het bij elkaar brengen van vraag en aanbod van tijdelijke arbeid. Met dat laatste houdt C4C zich niet bezig, maar met het eerste wel. Dat het nog niet zo duidelijk is wat de regering destijds precies heeft beoogd moge blijken uit de passage waarin de AG spreekt van een ‘festival van verdeeldheid en spraakverwarring’.
 
Uiteindelijk concludeert de AG dat de allocatiefunctie weliswaar een vereiste is voor het bestaan van een uitzendovereenkomst maar alleen in de ruime, algemene betekenis. Aangezien C4C hier aan voldoet zou dit betekenen dat de Stipp verplichtstelling op haar van toepassing is. Uiteraard is dit nog wel afhankelijk van het feit of de Hoge Raad de conclusie van de AG geheel overneemt of niet.
Wij houden u op de hoogte.
  
             
Lees meer ...

Tijdelijke verlenging aankooptermijn pensioen

Wanneer een pensioenpolis de einddatum bereikt (expireert) en die polis voortvloeit uit een premie- of kapitaalovereenkomst, dient  de pensioengerechtigde binnen een redelijke termijn over te gaan tot de aankoop van een recht op een pensioenuitkering. Deze termijn is niet expliciet in de (fiscale) wetgeving vastgelegd, maar de belastingdienst is van mening dat een termijn van 6 maanden in elk geval als redelijk geldt (zie http://www.belastingdienstpensioensite.nl/VA_10-001_v100504.htm). Voor de aankoop van een nabestaandenuitkering geldt een termijn van 12 maanden.


In verband met de huidige lage rentestand en het feit dat er nog geen permanente oplossing is voor het doorbeleggen na de pensioendatum, is de aankoop van een pensioenrecht momenteel erg ongunstig. De Belastingdienst beoordeelt deze situatie als een bijzondere omstandigheid die een verlenging van de redelijke termijn rechtvaardigt. Deelnemers met een expirerend pensioenkapitaal kunnen de aankoop van het levenslange pensioen derhalve uitstellen tot 31 december 2016. Het betreft een tijdelijke maatregel, hetgeen met zich meebrengt dat vanaf 1 juli 2016 wederom een termijn van 6 maanden zal worden gehanteerd.

Volgens de Belastingdienst zorgt deze maatregel voor de deelnemers voor een soepele overgang  naar de toekomstige mogelijkheden die het wetsvoorstel variabele pensioenuitkering met zich meebrengt.

Bron: Nederlands Pensioenbureau

Pensioen nieuwsflits is een notitie van Pensioenadviesbureau Noord Holland en hieraan kan geen enkel recht worden ontleend.

Pensioenadviesbureau Noord Holland kan niet aansprakelijk worden gesteld voor onjuistheden en wijst erop dat de lezer zijn eigen onderzoeksplicht heeft.

Lees meer ...